Joke J. Hermsen
Overzicht titels:
Oorspronkelijke titel: Windstilte van de ziel 2010
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN-10: 90-259-6118-5
ISBN-13: 978-90-259-6118-3
Flaptekst:
Oorspronkelijke titel: Stil de tijd 2009
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN-10: 90-295-7139-X
ISBN-13: 978-90-295-7139-5
Flaptekst:
Druk bezig zijn en een overvolle agenda hebben is synoniem met een succesvol bestaan. Als er op een ochtend nauwelijks mails binnenkomen, kan de vertwijfeling reeds toeslaan. Leegte, rust en nietsdoen zijn geen inspiratiebronnen meer, maar de angstaanjagende voorboden van een bestaan in de marges van de maatschappij. De hang naar activiteit en de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen zich opvolgen geven velen de indruk de tijd niet meer bij te kunnen benen. `Geen tijd hebben lijkt dan ook een fundamentele ervaring van deze tijd te zijn.
In Stil de tijd neemt Joke J. Hermsen dit verschijnsel kritisch onder de loep. Vanuit het gedachtegoed van Henri Bergson, Ernst Bloch, Peter Sloterdijk en Emmanuel Levinas ontwikkelt zij een nieuwe visie op het fenomeen tijd, waarin zij een onderscheid aanbrengt tussen kloktijd en innerlijke tijd. Zij stelt belangrijke vragen als `Van wie is de tijd?' en `Bestaat er nog een persoonlijke tijd?' en legt haar oor te luisteren bij schrijvers en kunstenaars die deze innerlijke tijd in hun werk hebben proberen te verbeelden. Tegen de huidige tijdgeest in verkent zij het belang van rust, verveling, aandacht en wachten. Ervaringen die sinds de Oudheid als de belangrijkste voorwaarden voor het denken en de creativiteit werden beschouwd, maar die in het huidige economische tijdsgewricht op weinig waardering hoeven te rekenen. Ten slotte schetst Hermsen de politieke en sociale gevolgen van onze rusteloze en in meerdere opzichten op drift geraakte samenleving.
Oorspronkelijke titel: De liefde dus 2008
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN-10: 90-295-6563-2
ISBN-13: 978-90-295-6563-9
Flaptekst:
Parijs, zomer 1785. In de stad heerst een grimmige sfeer. Het hongerende volk mort over de decadente levensstijl van Louis XVI en de spilzucht van Marie-Antoinette. De koning probeert zijn greep op het land te behouden door zijn tegenstanders zonder vorm van proces in de Bastille op te sluiten.
De Nederlandse schrijfster Belle van Zuylen reist in het geheim af naar deze politieke slangenkuil, op de vlucht voor een onmogelijke liefde. Vanwege aanhoudende fysieke klachten besluit zij haar heil te zoeken bij de even befaamde als omstreden arts en alchemist graaf Balsamo Cagliostro.
Oorspronkelijke titel: De profielschets 2004
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN-10: 90-295-2278-X
ISBN-13: 978-90-295-2278-6
Flaptekst:
In De profielschets ontrolt zich een intrige vol menselijk drama en venijn, gecomprimeerd tot een dag. De vakgroep Wijsbegeerte van de Amsterdamse universiteit gaat een nieuwe hoogleraar aanstellen. Dat is geen sinecure gezien de richtingenstrijd en onderlinge vetes die er heersen. Over één ding is men het echter eens: de nieuwe hoogleraar moet een vrouw zijn. Uitgesproken kandidaat is Anja Griffioen. Zij heeft haar sporen binnen de vakgroep verdiend maar is ook controversieel. De lepe hoogleraar Contemporaine wijsbegeerte Bernt Brakhoven heeft echter een andere vrouw op het oog: een buitenlandse filosofe naar wie meer dan alleen zijn intellectuele begeerte uit gaat. En dan is er nog de eigenzinnige Det van Vliet, die op het laatste moment bedenkt dat er ook voor haar kansen zijn. Na maanden gebakkelei hoopt men tijdens de vakgroepsvergadering eindelijk tot een profielschets te komen. Ondertussen volgt de lezer wat er zich op hetzelfde moment afspeelt in het hoofd en het leven van Ella, een buiten de vakgroep gevallen promovenda en tevens de echtgenote van Bernt Brakhoven. Zij vegeteert werkloos en lusteloos in een nieuwbouwwijk ergens in een randstedelijk suburbia. Haar eenzaamheid, gefnuikte illusies en hardnekkige herinneringen aan gewelddadigheden in de huiselijke kring komen messcherp naar voren tijdens een lange sessie bij haar psychiater. Ondertussen, nog steeds diezelfde dag, probeert haar zoon Tobias, een verlegen en angstig jongetje van zeven, het broze ijs uit op het slootje voor hun huis.
Oorspronkelijke titel: Heimwee naar de mens 2003
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN-10: 90-295-1553-8
ISBN-13: 978-90-295-1553-5
Flaptekst:
'Heimwee naar de mens, het is een wat droefeestige, melancholische titel. Onmiskenbaar wekt ze de sulggestie dat het gedaan is met de mens, dat het over is en uit en dat het enige wat ons, verre nazaten van die species, nog rest een zcht verlangen is naar die goede oude tijd toen de mens nog mens was. Zover is het gelukkig nog niet. Het consumptieve dier dat door de wetten van de economie en de technologie het grootste deel van zijn vrijheid is ontnomen en slechts leeft om van de ene sensatie in de andere te rollen, is nog niet allerwegen werkelijkheid geworden.'
In een reeks prikkelende essays over kunst, literatuur en filosofie probeert Hermsen de mens terug te vinden die aan deze bijna allesoverheersende dwang van consumptie en productie poogt te ontsnappen. De bundel opent met een fascinerend tweeluik over Antigone, de klassieke heldin uit Sophokles' gelijknamige treurspel. Zij verbeeldt voor Hermsen zowel het specifiek menselijke vermogen in opstand te komen als de radicale, compromisloze houding van de kunstenaar die weigert het op een akkoordje met politieke machthebbers te gooien. Elk van de overige essays over onder anderen Hannah Arendt, Belle van Zuylen, Flaubert, Rilke, Lou Salomé, Nietzsche en Sarah Kofman zijn pogingen dc contouren en reikwijdte van dat menselijke vermogen in kaart te brengen.
Joke J. Herrnsen (1961) debuteerde bij De Arbeiderspers met de roman Het dameoofer (1998), in 2001 gevolgd door Tweeduister. Voor 'Boze schoonheid. Over Armando en Marlene Dumas' werd haar in 1999 de Jan Hanlo Essayprijs toegekend.
Oorspronkelijke titel: Tweeduister 2000
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN-10: 90-295-2195-3
ISBN-13: 978-90-295-2195-6
Flaptekst:
Londen 1925. Martha Thompson, dochter van een Britse wetenschapper en een Nederlandse actrice, reist van Amsterdam naar Engeland om meer te weten te komen over de verdwijning van haar vader op de slagvelden van Passchendaele. Een officiële overlijdensakte heeft ze nooit gekregen. Levenstekens evenmin. Naarmate haar onderzoek vordert, raakt ze meer en meer verzeild in de kring van Bloomsbury-schrijvers en -kunstenaars als Virginia Woolf, T.S. Eliot, Vanessa Bell en Marlow Moss. Meer dan ze in sommige gevallen zou willen. Het grenzeloze optimisme van de jaren twintig maakt in de tien jaar die Tweeduister omvat, plaats voor de angst en wanhoop van de jaren dertig. De oorlogsdreiging ontwricht niet alleen de internationale politieke verhoudingen, maar tast ook de relaties van de kunstenaarskoppels aan. Martha, die zelf verstrikt raakt in enkele liefdesaffaires, maakt van dichtbij mee hoe Eliot zijn vrouw aan de kant zet om zijn religieuze obsessie na te kunnen jagen. Ze moet tegelijkertijd toezien hoe de relatie tussen Virginia en Leonard Woolf verschraalt door de manisch-depressieve aandoeningen van Virginia en de jaloezie van Leonard op het succes van zijn vrouw. In deze maalstroom van persoonlijke en politieke ontwikkelingen ontdekt Martha Thompson dat haar vader niet in de loopgraven van België is omgekomen. Tweeduister is een fascinerende en ontluisterende verbeelding van de jaren tussen de twee wereldoorlogen, waarin kunst wordt geconfronteerd met engagement, liefde met religie, geweld met pacifisme.
Oorspronkelijke titel: Het dameoffer 1998
Uitgever: De Arbeiderspers
ISBN-10: 90-295-2097-3
ISBN-13: 978-90-295-2097-3
Flaptekst:
Det van Vliet komt na een barre, nachtelijke autorit aan bij het door onkruid overwoekerde Zuid-Franse huis van haar ouders. Ze is niet alleen op de vlucht voor de verstikkende relatie met haar vriend, maar wil ook herinneringen opdiepen aan de zomers die zij in het Zuiden met haar ouders heeft doorgebracht. Sinds die op eigen houtje zijn gaan dwalen door de Noord-Afrikaanse woestijn, zijn zij van het beeldscherm van haar leven verdwenen. Tijdens haar zelfverkozen isolement in het onbehaaglijke en kille huis stuit ze op een ongepubliceerd manuscript van haar moeder, de historica Hannah van Vliet. Het lezen van haar bevlogen liefdesrelaas zet haar op het spoor van een vrouw die ze nog niet kende. Moeder en dochter. Twee generaties, twee stijlen. Het zwaarmoedige idealisme van de jaren zeventig tegenover de nuchtere werkelijkheidszin van de jaren negentig. Twee stemmen die tegen elkaar ingaan, op elkaar afketsen, maar elkaar ook opzwepen en beminnen. Het dameoffer is een meeslepend verhaal over geleefde en geschreven levens, over rouw en (on)trouw, herinnering en verlangen.
Oorspronkelijke titel: Nomadisch narcisme 1993
Uitgever: Kok Agora
ISBN-10: 90-391-0559-6
ISBN-13: 978-90-391-0559-7
Volledige titel: Nomadisch Narcisme. Sekse, liefde en kunst bij Lou Andreas - Salome, Belle van Zuylen en Ingeborg Bachmann
Flaptekst:
'De liefde en de kunst zijn in staat om alles op zijn kop te zetten, maar waarom? Welke rol speelt de seksuele differentie hierbij en waarom betekenen de liefde en de kunst voor beide geslachten vaak niet hetzelfde? Hoe is er sinds de moderne tijd over het sekseverschil nagedachten wat betekent dit voor de rol en positie die vrouwen en mannen in de westerse samenleving innemen?
Dit ideeënonderzoek dat de historische wortels van het denken van het sekseverschil en de seksuele differentie wil blootleggen, poogt antwoorden op deze vragen te vinden met behulp van het werk van Lou Andreas-Salomé, Belle van Zuylen en Ingeborg Bachmann. Aan de hand van deze drie schrijfsters laat de auteur in een aanstekelijk betoog zien hoezeer het heersende denkklimaat bepalend kan zijn voor iemands houding ten aanzien van het sekseverschil.
Zo streed Belle van Zuylen (1740-1805) voor gelijkheid en weerde zich tegen het biologisch determinisme van Rousseau en Kant, die vrouwen elke vorm van intellectuele en seksuele vrijheid wilden ontzeggen. Lou Andreàs Salomé (1861-1937) daarentegen ontwierp in discussie met Freud en Nietzsche een nieuwe notie van vrouwelijkheid, gestoeld op een oorspronkelijk narcisme. Salomé legde de nadruk op de narcistische ervaring van de liefde en de kunst, die zij als de exploratie van een onbewust zelf en als de mogelijkheid om aan stereotiepe sekse-identiteiten te ontsnappen begreep.
In confrontatie met het denken van Heidegger en Wittgenstein zette Ingeborg Bachmann (1926-1973), ten slotte, grote vraagtekens bij de wijze waarop mannelijke en vrouwelijke identiteiten in onze samenleving gestalte krijgen. Haar werk kan als een poging gelezen worden om de "immense treurboog die van een man naar een vrouw reikt" af te breken. Op zoek naar eenzelfde narcistische ervaring als Salomé, wil Bachmann zich niet bij voorbaat vastleggen op een van de twee sekse-categorieën, maar stelt zij een immer zich opschortende en daarom nomadische vorm van narcisme voor.
Nomadisch narcisme zal ongetwijfeld nieuwe impulsen geven aan het hedendaagse debat over sekse, taal en identiteit.
Joke J. Hermsen (1961) studeerde romanistiek, letterkunde en filosofie in Amsterdam en Parijs. Zij publiceerde diverse artikelen en verzorgde de bundels Belle van Zuylen tussen Verlichting en Romantiek (1990) en Sharing the Difference (1992).

