Ingeborg Bachmann: Malina
- Boekinfo
- Flaptekst
Boekinfo
Oorspronkelijke titel: Malina (deel I van Todesarten), 1971
Vertaling: Paul Beers, 1985
Uitgever: Manteau
ISBN-10: 90-10-05597-3
ISBN-13: 978-90-10-05597-2
Flaptekst

Malina is de enige voltooide roman van de Oostenrijkse schrijfster Ingeborg Bachmann (1926-1973), die in de jaren vijftig als dichteres grote naam had gemaakt. In 1961 publiceerde zij haar eerste prozawerk, de reeds in vertaling verschenen verhalenbundel Het dertigste jaar. Het zou tien jaar duren voordat de intrigerende liefdesroman Malina verscheen, die deel uitmaakte van de cyclus Todesarten, waarvan de twee overige, fragment gebleven romans pas na haar dood werden gepubliceerd.
In Malina staat een vrouwelijke ik-figuur centraal die psychisch op de rand van de afgrond balanceert, en met haar balanceert de roman op de rand van het zegbare. Huisgenoot Malina is degene die haar een kader geeft, minnaar Ivan is haar grote liefde. Van hem hoopt ze 'een zin te horen die mij verankert in de wereld', van hem hoopt ze 'dat hij mij nodig heeft zoals ik hem'. Maar Ivan heeft haar al gauw laten weten dat hij van niemand kan houden, behalve van zijn kinderen. Vertwijfeld realiseert ze zich dat ze niets heeft aan al haar filosofische en literaire eruditie als ze die niet kan gebruiken voor Ivan.
Ivan en Malina hebben een anker in zichzelf en in hun werk, in een zekere onverschilligheid ook, maar de eveneens maatschappelijk zelfstandige vrouwelijke ik is innerlijk volledig van haar mannen afhankelijk. Ze kan niet anders dan wachten tot ze haar een 'injectie werkelijkheid' toedienen. Ten prooi aan een steeds grotere vervreemding, verdwijnt zij ten slotte door de 'muur' van de werkelijkheid. De onheilspellende laatste woorden van de roman luiden: 'Het was moord.' Malina is een roman die in zijn mengeling van wanhoop en utopie, dichterlijke beelden en vlijmscherpe ontmaskering, weloverwogen compositie en reddeloze emotionaliteit een literaire ervaring van de eerste orde betekent.
NBD|Biblion:
Enige voltooide roman van Ingeborg Bachmann (1926-1973) die zich al eerder als dichteres had gemanifesteerd. Ontroerende geschiedenis van een vrouw die pas kan bloeien als ze de aandacht en liefde van een man ondergaat. Ze is zichzelf niet genoeg. Haar beide mannen (huisgenoot en minnaar) zijn dat wel, wat haar op het radeloze af eenzaam maakt. Haar esprit, eruditie en gevoeligheid blijken weinig waard als het er op aan komt. Op den duur gaan traumatische ervaringen met een derde man, de vader, steeds meer een rol spelen, en (afbraak wordt) onvermijdelijk. In het taalgebruik komt het innerlijke gevecht van de ik-persoon schitterend tot uiting. De vertaling is zeer overtuigend.

