Ingeborg Bachmann: Aanroeping van de Grote Beer

  • Boekinfo
  • Flaptekst

Boekinfo

Oorspronkelijke titel: Anrufung des Grossen Bären, 1956
Vertaling: Paul Beers, 1989
Uitgever: Amber
ISBN-10: 90-5093-086-7
ISBN-13: 978-90-5093-086-49050930867 / 9789050930864

Flaptekst

Ingeborg Bachmann, in 1926 te Klagenfurt, Oostenrijk, geboren, debuteerde in l953 met de alom geprezen dichtbundel Tijd in onderpand, in 1956 gevolgd door de omvangrijke bundel Aanroeping van de Grote Beer.

Deze tweede bundel vestigde haar naam voorgoed als een van de talent volste dichters uit het naoorlogse Duitse taalgebied, maar bleek tevens haar laatste te zijn.
De gedichten worden gekenmerkt door een sterk besef van de historische situatie - het eerste decennium na de Tweede Wereldoorlog - en door de vergeefsheid van het liefdes verlangen. Deze thematiek wordt op vaak indirecte wijze verwoord in aan de natuur ontleende beelden, waarbij het ritme van de taal en de trefzekere, soms haast profetische zegging het onverwisselbare van Bachmanns toon uitmaken.

De gedichten van Ingeborg Bachmann zijn nu in twee uitgaven in het Nederlands beschikbaar.

De pers over Tijd in Onderpand:
'Een hoogtepunt in de naoorlogse poëzie, een debuut dat met kop en schouders boven al het andere uitstak.' - Dien de Boer, De Groene Amsterdammer
'De poëzie van Ingeborg Bachmann is in veel gevallen te groot voor woorden.' - Peter Nijssen, Utrechts Nieuwsblad
' ... Paul Beers en Isolde Quaedflieg bewijzen in Tijd in Onderpand dat zij goede Bachmannvertalers zijn.' - Oscar van Weerdenburg, De Volkskrant

NBD|Biblion:
In 1988 verscheen 'Tijd in onderpand', Paul Beers' vertaling van Ingeborg Bachmanns bundel 'Die gestundete Zeit' (a.i. 88-51-085-9). Daarop is nu de uitgave gevolgd van 'Aanroeping van de Grote Beer', waarmee de expressionistische poëzie van de in 1973 omgekomen Oostenrijkse dichteres compleet in het Nederlands beschikbaar is. Meer dan in haar eerste bundel betoont Bachmann zich in de tweede een moeilijke dichteres. Beers heeft het in zijn verantwoording over de 'duistere inhoud'. Hij zegt ook dat deze bundel vrij veel rijmende gedichten bevat en dat hij het rijm niet 'anders dan sporadisch' heeft weten te behouden in zijn vertaling. In dat verband voegt hij eraan toe: 'Wel werd, zoals in de gehele bundel, het nog belangrijker metrum bewaard', maar dat moet ik tegenspreken. Ongeveer twintig procent van de metrische regels scandeert niet of heeft een voet te veel. Dat metrum en rijm nu eens wel gerespecteerd zijn, dan weer niet (in hetzelfde gedicht), geeft iets onevenwichtigs aan de vertaling, die ook wel wat vrijer van germanismen had mogen zijn. De curieuze formulering is niet steeds het gevolg van Bachmanns eigenzinnigheid.

 

email

contact

wie ben ik